Bij Fairlingo zien we een grote vraag naar professionele Engelse vertalers. Voor ons Nederlanders is de Engelse taal misschien niet zo heel bijzonder, we luisteren er immers ons hele leven al naar. Maar zodra we even goed naar de taal kijken zien we dat het eigenlijk best een interessante en soms wat onlogische opzet heeft die we niet direct kunnen herleiden. Er zijn veel woorden die lijken op het Latijn, maar er zijn ook overeenkomsten te zien met het Nederlands. Hoe kan dat?

Het Engels heeft net als andere Europese talen zijn oorsprong liggen in India (rond 6.000 tot 3.000 v.Chr.), het behoort dan ook tot de Indo-Europese talen. Oorspronkelijk werd er in Brittannië Keltisch gesproken. In de loop der eeuwen heeft het Engels ook Latijnse invloeden gekregen door invasies door de Romeinen en later met meer succes de gelovige Christenen: ‘bisshop’, ‘altar’ en ‘mass’.

Ook de Angelen, Saksen, Juten en Friezen (rond 410 n.Chr.) introduceerden hun West-Germaanse woorden en regelmatige invasies door de Vikingen hadden hetzelfde effect. Ongeveer 2.000 Noorse woorden werden aan het Engels toegevoegd (‘smile’, ‘reindeer’, ‘silver’). De Fransen beïnvloedden vooral de taal van het recht (‘parliament’, ‘justice’, ‘evidence’), maar de honderdjarige oorlog met Frankrijk zorgde ervoor dat de taal verbannen werd uit de rechtszaal. De nodige woorden zijn wel achtergebleven en worden vandaag de dag nog steeds gebruikt.

Tot slot moeten we de wereldreizen van de Britten nog noemen: tijdens hun overwinningsreizen werden er nog veel meer woorden aan de taal toegevoegd. Inmiddels zijn er woorden aan het Engels toegevoegd uit wel 350 verschillende talen uit Europa, Latijns-Amerika (racoon), de Caraïben (barbecue), Afrika (voodoo) en Australië (boomerang). Het Engels heeft ook zeker Nederlandse invloeden. Enkele voorbeelden zijn het (vooral Amerikaanse) ‘coleslaw’ en ‘cookies’.

Sam Van Gentevoort
40 artikelen